Interview met René Veugelers

Door Christine Langeveld

“Het spiegelen van het non-verbale geeft bij kinderen en pubers vaak toegang tot contact en brengt ze meestal direct bij hun lijf.”

René Veugelers (1960) werkte van 1981 tot 1996 als verpleegkundige en sociotherapeut in de psychiatrie met volwassenen. In 1996 stapte hij over naar de kinder- en jeugdpsychiatrie en begon toen tegelijkertijd met de opleiding creatieve beeldende therapie. Die rondde hij af in 2000. Momenteel werkt hij als beeldend therapeut parttime in het voorgezet speciaal onderwijs met pubers. Daarnaast heeft hij een eigen praktijk voor kinderen en jongeren (van ong. 3 tot 18 jaar) waarin hij vooral met focussen en beeldende creatieve therapie werkt.
Sinds 2004 is René een door The Focusing Institute (NY) erkend focustrainer. Sinds 2006 is hij bovendien voorzitter van de Stichting Kinderfocussen en lid van The International Board of Children’s Focusing Corner.

Hoe ben je met Focussen in aanraking gekomen?
Om een registratie als beeldend therapeut te verkrijgen werkte ik twee jaar onder supervisie van Marijke Rutten – Saris. Tegen het eind van die periode kwam het gesprek met haar op wat ik nog nodig zou hebben. Zij wees mij op Gendlin’s focussen en raadde me aan op internet te kijken of daar iets over te lezen viel. Zo kwam ik bij FocusCentrum DenHaag terecht. Omdat ik vooral geïnteresseerd was in het focussen met kinderen verwees Christine Langeveld me door naar Marta Stapert; die ging juist haar laatste training in focussen met kinderen geven in Nederland en België. Het focussen had me meteen te pakken. Naast de training door Marta Stapert heb ik het hele focustraject tot en met de trainers-opleiding gevolgd, afwisselend bij Erna de Bruijn en Christine Langeveld en bij Marta en Ynse Stapert, en weekendworkshops met Ann Weiser Cornell en Nada Lou.

Wat boeit je in het focussen? Wat maakte dat je het ging doen en blijft doen?
Wat mij vooral fascineert in het focussen is het respectvol luisteren naar wat voor de ander van belang is en dat er ‘echt’ contact tussen mij en de ander ontstaat. Doordat de ander ervaart: ‘Hé, er wordt waarde gehecht aan wie ik ben, aan wat ik voel en beleef’, ontstaat er contact tussen mij en die ander en daardoor komt die ander in contact met zichzelf.
Wat ik eigenlijk doe als begeleider is luisteren in drie richtingen: ik luister naar mezelf en ben in contact met mezelf, ik luister en heb contact met de ander, en doordat ik spiegel wat ik zie en hoor kan de ander focussend bij zichzelf zijn. Dat is een soort heen en weer gaande beweging.
En wat ik daarbij bijzonder vind is de veiligheid, je veilig voelen. Ik zal nooit vergeten: cursus 1, dag 1 – zit ik daar in een groep van 6 mensen die ik niet ken, ik ga weg ‘s avonds en ik voel me helemaal veilig en geaccepteerd, terwijl ik nauwelijks iets weet van de anderen.
In mijn opleiding tot creatief therapeut heb ik geleerd non-verbaal te werken, met kinderen die over weinig taal beschikken. Ik leerde dat kinderen geen woorden hoeven geven aan wat ze ervaren, maar dat ze dat kunnen uitdrukken op een andere manier.
De focussende houding van luisterend aanwezig zijn en benieuwd zijn wie de ander is – dat zat al in mij. Ik heb heel lang in de psychiatrie gewerkt, op die manier heb ik eigenlijk altijd contact gemaakt met cliënten. Het focussen heeft mij in mijn werk als therapeut heel veel handvatten erbij gegeven, het heeft me geleerd nog verfijnder te kijken en heel zuiver te luisteren naar wat de ander uitdrukt, zowel verbaal als non-verbaal, en steeds samen te checken:”Klopt het? Is dat wat je zegt? Is dat jouw probleem?” Daarbij let ik heel erg op wat iemands lijf doet, wat ik zie aan impulsen, bewegingen, hoe de mimiek is, wat het lijf uitdraagt. Eigenlijk ben ik nog het meest thuis in het non-verbale.

Daar ligt ook jouw speciale kwaliteit?
In het werken met pubers heb ik altijd veel plezier; ik ben echt oprecht benieuwd: Wie ben jij? Waar zit jij? Wat voel jij? Wat leeft er toch in jou? Negen van de tien pubers voelen zich in no time veilig en vertrouwd en openen zich. Ook al kunnen ze nauwelijks praten, dan laten ze toch merken wat ze meemaken en wat ze ervaren.
Ik ben nu veel echter in het contact dan 10, 15 jaar geleden; toen had ik alleen maar geleerd hoe je dingen op moest lossen vanuit methodieken, en nauwelijks geleerd hoe je er gewoon kunt zijn in het moment. Het is handig dat ik kennis heb over de psychiatrie en over ziektebeelden, maar voor mij is vooral van belang: kan ik contact maken met bijvoorbeeld een autistische jongen?
Twee weken geleden op school had ik een ‘gesprek’ met zo’n jongen. Zijn ouders zijn vier jaar geleden gescheiden, iedereen had het vermoeden dat ie daar last van had maar het niet kon uiten. Zo kwam ie bij mij. Hij kon nauwelijks praten maar ik zag aan zijn lijf, aan zijn gezicht, dat het hem heel veel deed. En dat heb ik uitnodigend gespiegeld en gevraagd: “Goh, dit is wat ik zie, klopt dat of zou je het anders benoemen?” En toen begon ie zó te huilen, ik was ook geraakt daardoor. En uiteindelijk na een minuut of vijf hielden zijn tranen op, vroeger zou ik het opgelost willen hebben en nu kon ik gewoon bij zijn tranen zijn. Uiteindelijk knapte hij op en kon ie in zijn woorden vertellen dat ie er zoveel verdriet nog steeds van had, dat het nog steeds vanbinnen zat. Toen kon ik vragen:”Kun je voelen waar dat zit?” Toen was er een plek, daar ontstond een kleine opening en hij kon hierover iets symboliseren.
Van zijn moeder hoorde ik later dat hij het een fijn gesprek gevonden had. Zij was blij dat ie gehuild had, dat had hij al jaren niet meer gedaan. En hij had tegen zijn moeder gezegd: “Ja mamma, maar die meneer was ook heel erg geraakt, want die had ook tranen in zijn oog.” Ze zeggen altijd dat autistiforme kinderen heel moeilijk emoties kunnen waarnemen, zowel bij zichzelf als bij een ander. Ik heb gemerkt dat juist focussen hen hierbij helpt. Hij was echt, en ik was ook echt. Zo werkt het dus.

Wat ik van anderen hoor: ik heb iets natuurlijks over me waardoor ik het focussen heel makkelijk kan uitdragen. Ik kan mensen benieuwd maken en inspireren, zodat ze er meer van willen weten. Het plezier wat ik zelf in focussen heb, in het werken met kinderen, dat draag ik kennelijk uit.

Welke rol speelt focussen in je eigen leven?
Door het focussen word ik echter, ik ben veel dichter bij mezelf, ook opener en kwetsbaarder dan 10 jaar geleden. Tegelijkertijd weet ik heel goed waar mijn grenzen liggen naar de cliënten toe.
Ik ben ook steeds meer focussend gaan leven, mijn leven is rustiger geworden, ik kan veel beter voelen wat voor mij van belang is, wat bij me past en wat niet. Ik kan de zaken beter overzien en mijn energie (daar heb ik altijd heel veel van!) veel beter richten en kanaliseren.
Vorig jaar is mijn moeder overleden; het lijkt of ik zulke verdrietige gebeurtenissen veel beter dan vroeger kan dragen, ik merk dan hoe mijn lijf dat draagt. Ik heb een groter innerlijk ‘rust’reservoir. Alsof ik door te focussen mezelf stukje bij beetje zuiverder, rustiger en heler maak. Dat gebeurt heel natuurlijk en geleidelijk. Ik kon ook focussend bij mijn dementerende moeder zijn. Ze begreep nauwelijks meer wie ze was of waar ze was, of wie ik was, maar doordat ik alleen maar steeds teruggaf wat ik haar hoorde brabbelen of wat ik dacht te zien, gebeurde er iets. Dan keek ze me aan en was er even contact. Geweldig en ontroerend vond ik dat altijd.

Wat zijn je verdere plannen? 
Mijn cliënten en cursisten komen allemaal via persoonlijke contacten, via vrienden, via mensen van wie de kinderen eerder bij mij geweest zijn of via de deelnemers aan cursussen. Hier in Zeeland moeten de mensen je persoonlijk kennen of via een bekende van je gehoord hebben, voordat ze zich in zo’n onbekend, vreemd gebied als focussen begeven. Mijn praktijk groeit gestaag, ik volg wat er gebeurt én ben tegelijkertijd alert op wat zich aandient. Dat hoort er voor mij ook bij: mijn eigen ontwikkeling op dit gebied focussend volgen. Ik heb een paar taken van Marta overgenomen, zo begeleid ik het kinderdagverblijf in Amsterdam. De mensen daar leren iets van mij, maar ik leer ook veel van hen. Het focussend omgaan met baby’s vind ik echt fascinerend, dat is een gebied waarop nog heel veel te doen valt.
Marta en Ynse Stapert hebben in binnen- en buitenland de afgelopen jaren veel werk verricht op het gebied van het kinderfocussen, zoals trainingen gegeven en methodieken ontwikkeld. De stichting KinderFocussen waar ik deel van uitmaak, wil dit in Nederland en België levend houden m.b.v. trainingen en netwerkdagen. Verder ben ik momenteel in overleg met focussers in Italië en Schotland over hoe ik de kindertraining daar kan gaan geven. Ook al zou er maar een klein groepje deelnemers zijn, dan vertrouw ik erop dat het verder gaat.

Heb je nog een tip voor mede-netwerkleden?
Ja, dat mensen alerter worden op het non-verbale, dat je dat als begeleider meer meeneemt in je spiegelen. Dat geeft bij kinderen en pubers vaak toegang tot contact en brengt ze meestal direct bij hun lijf. Zo’n zachte uitnodiging als ‘Het lijkt of je handen er meer van weten’ – door dit soort zinnetjes zijn mensen zo geraakt, het is uitnodigend én kloppend.
En nog één: houd het focussen levend door bij elkaar te komen en uit te wisselen, in je eentje gaat het dood!