Interview met Jos van den Brand

door Christine Langeveld

“Focussen is varen op je innerlijk kompas”

Jos van den Brand (1961) werkte aanvankelijk als onderwijzer in het basisonderwijs; na zijn studie theologie in Nijmegen was hij 6 jaar werkzaam in het studentenpastoraat. Momenteel heeft hij een baan aan de Radboud-universiteit (Nijmegen), bij de afdeling Religie-wetenschappen, waar hij onderzoek doet naar wat leraren inspireert in hun leven en werk. Ook werkt hij nog een dag in de week als begeleider in het basisonderwijs, om de verbinding met de praktijk te houden. Hij is penningmeester van de Stichting Kinderfocussen en geeft samen met René Veugelers de cursussen Kinderfocussen.

Wat is, zo voor de vuist weg, datgene wat jou het meest raakt in het Focussen?
Focussen heeft mij geholpen bij het opnieuw ontdekken van m’n levensdoel. Het verlangen iets met wetenschap te doen en dat niet alleen voor mezelf te houden, het hervinden van wat eigenlijk bij me past – daar was ik van afgedwaald. Focussen heeft me geholpen daar bij terug te komen en daaraan trouw te blijven.
Dat is waarom ik focussen ook heel graag aanreik aan anderen, omdat ik denk dat mensen met behulp van focussen hun weg in het leven kunnen vinden.

Hoe ben je met Focussen in aanraking gekomen?
In de jaren negentig – ik werkte toen in Den Haag in het studentenpastoraat – voelde ik behoefte aan een opleiding in het begeleiden van mensen. Mijn zoektocht bracht mij bij de ‘leer-route’, een intensief tweejarig traject, verzorgd door de Medische Missiezusters. Focussen kwam daar heel summier aan de orde, maar het beviel mij wel. Aan het eind van die opleiding gaven ze mij het adres van FocusCentrum DenHaag – daar woonde ik vlakbij; dat bordje op de muur kende ik wel, ik dacht altijd dat ze daar een handeltje in fotolenzen of zoiets hadden. Het hele traject van cursussen t/m de opleiding tot Focustrainer heb ik daar gedaan.

En het Kinderfocussen?
Al langer was het een wens van me om iets met focussen en kinderen te doen. Bij Marta Stapert heb ik toen in 2002 – 2003 in Antwerpen de drie kindercursussen gevolgd – het was de laatste kans om van Marta zelf die training te krijgen. Vervolgens ging ik met kinderen individueel en in groepjes aan de slag; daarbij heb ik van Marta, samen met enkele anderen, nog ruim een jaar lang inter- en supervisie gehad.
Daarna hebben Marta en ik samen het schoolfocusproject ontwikkeld, met als doel om het focussen aan te bieden op scholen en in kinderdagverblijven in NL. Zo ben ik geleidelijk steeds meer in het Kinderfocussen terecht gekomen. Ik was intussen ook vader geworden, en door mijn nieuwe baan toen als onderwijsbegeleider in het basisonderwijs had ik een netwerk dat veel mogelijkheden bood om focussen te introduceren en trainingen aan te bieden.
Marta gaf toen al aan dat ze wilde afbouwen en mensen zocht om het van haar over te nemen. In 2006 is de Stichting Kinderfocussen opgericht en nu, in 2007, hebben René Veugelers en ik voor het eerst de reeks van de 3 kinderfocus-cursussen gegeven. In 2008 start er een nieuwe reeks.

Wat is het doel van de Stichting?
Ik denk dat de Stichting het Kinderfocussen heel zichtbaar en herkenbaar maakt: het heeft een vorm, er is een opleiding, er zijn mensen die zich eraan verbonden hebben en die je erop kunt aanspreken. Veel mensen denken dat het ons alleen te doen was om fondsenwerving.

Welke rol speelt het (kinder)focussen nu in jouw leven?
Dan ga ik weer even terug naar het verleden: tijdens die leerroute werd het me steeds duidelijker dat ik in m’n werk (het studentenpastoraat) was vastgelopen, dat ik werk deed dat niet meer bij mij paste. Focussen heeft bij mij het proces op gang gebracht om dat los te laten. Ik ben toen ook gestopt, dat was echt een dieptepunt en tegelijk een keerpunt in m’n levensverhaal. Door praten met anderen en erover denken met anderen kwam ik er niet uit, maar door te focussen kreeg ik steeds aangereikt wat ik moest doen.
Focussen is intussen een soort kompas geworden waarop ik vaar. Eerst de leerroute, daarna het focussen hebben me op een ander spoor gezet: ik ben weer teruggegaan naar het basisonderwijs, terug naar de kinderen, én ik heb gehoor gegeven aan een heel diep en al lang aanwezig verlangen (het kwam tijdens focussessies herhaaldelijk naar boven) om te promoveren.
Ook de verbinding tussen focussen en religie /spiritualiteit heeft de laatste jaren erg mijn belangstelling. Ik weet dat Gendlin ergens zegt: ‘Focussen brengt je bij de deur, wat daarachter is, daar ga ik niet over, daar weet ik niks van’. Maar ik denk dat er in Focussen misschien wel een kracht werkzaam is die groter is dan jijzelf. In spirituele tradities (denk aan Rumi) wordt waarschijnlijk al eeuwenlang gefocust, maar dan onder een andere naam.
In één van de oudste regels voor kloosterlingen gebruikt Benedictus (5e-6e eeuw) het beeld van de ladder: als je God wilt vinden, moet je niet de ladder opklimmen naar de hemel, maar de ladder afdalen naar de aarde.
En volgens mij doe je precies dàt met focussen. Het wordt wel de spiritualiteit van beneden genoemd: door te luisteren naar je lijf, je verlangens, je dromen, je teleurstellingen, je schaduwkanten, je pijn – daardoor kun je op het spoor komen van die kracht die groter is dan jijzelf. Dat is wat focussen mij gebracht heeft, en dat vind ik een heel belangrijke dimensie van het focussen.
Kinderen staan vaak nog open voor die dimensie; ik heb dat bij m’n eigen kinderen ervaren en ook in trainingen die ik aan kinderen gegeven heb. In de Kinderfocus-cursussen heb ik dit aspect ingebracht: houd er rekening mee dat kinderen focussend bij ervaringen op dit gebied kunnen komen. Dat vermogen dat ze van nature hebben, raken ze kwijt als het niet aangesproken wordt of als het afgedaan wordt als onzin. Focussen kan bij kinderen juist die ontvankelijkheid open houden.

Heb je een missie, een droom?
Op dit moment vind ik het heel leuk om mensen te trainen die het focussen voor kinderen en jongeren willen gebruiken. Ook wil ik me graag verder verdiepen in de verbinding tussen focussen en spiritualiteit. Over beide onderwerpen hoop ik ooit te publiceren.
Ik heb me ermee verzoend dat focussen geen mainstream is, het zal altijd ‘klein, maar fijn’ blijven. Veel mensen hebben toch weerstand tegen de aandacht-naar-binnen-richten.

Wat zie je als jouw speciale kwaliteit?
Dat is mijn belangstelling voor de theoretische achtergronden van het focussen en de verbinding met religie, ook op theoretisch nivo.
Focussers, vooral de Kinderfocussers, zijn mensen die graag anderen willen helpen, die willen zorgen. Nadenken over de concepten, de achtergronden – Gendlin heeft dat gedaan en doet het nog steeds – dat is een kwaliteit van mij die er mag zijn, waar ik iets mee mag en wil doen. Vanuit de theorie kun je nieuwe dingen ontwikkelen, verbindingen leggen. Focussen kan immers, zoals Gendlin zegt, àlle processen ondersteunen.