Interview met Ernie Coenen

Hoe is het nou met jou?

Ernie Coenen, van huis uit docent en spraakvormer, heeft zich gespecialiseerd in het focussen met kinderen. Zij heeft op de Vrije School Wonnebald (Den Haag) vele kinderen begeleid met sociaal-emotionele problemen. Momenteel geeft Ernie cursussen in het focussen en heeft een grote passie voor taal en verhalen.

‘Begin maar eens met stampen!’ zegt Ernie Coenen. ‘Goed je benen voelen. Beweeg maar eens heen en weer op je stoel.’ Wat is dit goed om te doen. Ik ben blij dat ik die koude wintertenen van me wat aandacht kan geven. Als we ons lichaam gevoeld hebben richten we ons naar binnen met onze ogen dicht. In de warme kamer wordt het nu stil. Alleen wat ruizen van de kachel en een zachte ademhaling. Na een paar minuten wordt gevraagd: ‘Hoe is het nu met je? Waar gaat je aandacht heen?
Zou je het een kleur kunnen geven of een vorm?’ ‘Goed, zo is het voor jou.’ zegt Ernie als ik me uitgesproken heb over mijn innerlijke toestand. Haar blik is zacht en straalt totale oordeelloosheid uit. Ja, zo is het voor mij, denk ik.
Wat bijzonder om even gezien te worden!

Ernie Coenen heeft veel ervaring op het gebied van focussen. We hebben zojuist een oefening gedaan die ze in haar werk op de Vrije School ook regelmatig met kinderen deed. ‘Focussen met kinderen is fantastisch!’ zegt Ernie. ‘Het helpt kinderen heel goed om bij hun kern te komen. Stel je op maandagochtend maar eens een klas voor waarin de kinderen nog helemaal vol zijn van het weekeind. De één is naar de Efteling geweest de ander heeft tot laat de verjaardag van papa gevierd.
Door een focusoefening te doen heb ik de groep en ieder kind heeft zichzelf.
Eigenlijk zou elke leerkracht dit moeten doen. Tafels uit elkaar en een kwartiertje aandacht geven aan wat er op dat moment is. Je lijf bevragen.
Ernie laat een groot, blauw schrift zien waar een simpele weergave van een mensfiguur in staat. Kinderen kunnen daar zelf hun beleving in tekenen. Het gaat hier vooral om het uiten. In de kunstzinnige therapie maken we onderscheid tussen opdrachten die bedoeld zijn om in materiaal, kleur en vorm op ons in te werken en opdrachten waarmee we iets kunnen uiten. De kunstzinnige oefeningen die bij het focussen gebruikt worden behoren tot de laatste categorie. Op deze manier leren kinderen zich bewust te worden van wat in hen leeft.
Dit kan elke dag even, als basis, maar ook heel goed op crisismomenten.
Als op 11 september 2001 de dramatische aanslagen op de Twin Towers plaatsvinden, besluit Ernie acuut een focusoefening te doen met de klas. Als iedereen stil wordt ontstaat er midden in de massahysterie plotseling ruimte voor de shock en het verdriet.

De passie voor het focussen met kinderen komt bij Ernie vanuit een bijzondere hoek. Na veel jaren werkzaam te zijn als juf wordt ze ziek. ‘Ik was doodongelukkig.’ vertelt Ernie. ‘Ik zag aan een kind; er is meer met jou, maar ik kan je niet helpen. Er moet eerst iets anders gebeuren voordat ik jou kan leren rekenen of stilzitten.’ Vanaf dat moment besluit ze kinderen individueel te gaan helpen op school. ‘Ik kreeg de kinderen die eruit sprongen. Dat waren bijna altijd de kinderen die te veel naar binnen of naar buiten gekeerd waren. Stel je een meisje van elf voor dat heel explosief is. Voor ze het weet geeft ze klasgenoten een stomp.
In de eerste focusbijeenkomst wordt de vraag voorgelegd of ze zich een voorval kan herinneren waarin ze ruzie kreeg. ze tekent dat ze bij die ruzie rood voelt in haar handen. Dat rood is woede. Dit herhaalt zich meerdere sessies. Dan vraag ik haar om de vuisten vergroot over te trekken op papier en die woede erin te tekenen. Ze verbaast zich erover dat dit zomaar mag. Ik zeg haar dat ze hierdoor naar haar eigen woede kan kijken en dat daar niets mis mee is. Later in de sessie komen we er achter dat er eigenlijk verdriet in de vuisten zit. Op deze manier leert ze dat als ze haar handen voelt, zij ze al niet meer hoeft te gebruiken. Ze is in staat andere keuzes te maken. Dit betekent een groter zelfsturend vermogen dat weer tot een goed gevoel voor eigenwaarde leidt.’

‘Uiteindelijk heb ik heel veel van mijn ziekte mogen leren.’ zegt Ernie. ‘Het voelt erg goed om dit werk te mogen doen. Ik ben begaan met het lot van de kinderen. Een tijd geleden werd dat nog eens bevestigd door een droom. Ik zat boven op een berg. Een lange stoet met kinderen kwam omhoog de berg op. Als ze bij mij aankwamen gaf ik ze een lepeltje van iets en dan gingen ze verder. Ik verbaasde me erover dat het maar zo’n klein gebaar was dat ik gaf. Achteraf put ik daar juist kracht uit. Zo moet het ook gaan in het leven. Iemand komt, krijgt iets, en gaat zelf verder. Op eigen kracht.’

‘In het werken met kinderen kom ik heel erg veel Sterrenkinderen tegen.’ zeg Ernie. ‘Dit zijn kinderen die erg verbonden zijn met de geestelijke wereld. Ze kunnen zich maar moeilijk verbinden met het aardse; dat wat wij allemaal zo normaal vinden. Liever houden ze zich bezig met grote idealen zoals wereldvrede of het redden van de dieren. Ze zijn heel erg gevoelig en zoeken eigenlijk voortdurend naar het leven in de dingen. Het leven op aarde is vaak heel lastig voor ze en dat kan resulteren in lastig gedrag.
Eigenlijk zit er maar één behoefte achter dat gedrag: ‘Erken mij!’ Het focussen draagt heel mooi bij aan die behoefte omdat je met liefdevolle aandacht en begrip met het kind omgaat. Je grondhouding naar het kind is luisterend. Je bent geen psycholoog of therapeut die beweert te weten wat er in de ander omgaat. Nee, je bent er volledig bij. Een waardevol element hierin is het spiegelen. Je herhaalt de woorden van de ander en voegt niets toe. Je laat horen wat de ander zegt.’

Ernie is dankbaar voor haar achtergrond als spraakvormer. ‘Met een hoge, geknepen stem klinkt ‘Ik ben bang’ heel anders dan met een wat schorre, lage stem. Wat is de werkelijke betekenis van het woord dat uitgesproken wordt en waar zitten er beklemmingen? Door heel nauwkeurig naar de spraak te luisteren en dit na te bootsen help je het kind bij zijn of haar kern te komen. Bij de kern komen doet elk mens op zijn eigen tempo. Van binnen weet een kind wat rijp is om verwerkt te worden. Elke keer een stukje of in één keer alles. Het focussen is gericht op die gezonde, zelfkennende kracht in de mens. Met andere woorden; de innerlijke wijsheid.’

Ernie weet zelf hoe belangrijk het is om goed bij je kern te zijn. Aan het einde van ons gesprek vertelt ze iets over haar eigen ervaring: ‘Ik heb moeten leren om mezelf terug te roepen. ’ Zegt ze. Ze draait haar stoel en laat zien hoe het in haar houding zichtbaar wordt als ze te hard aan het werken is. Dan zit ze helemaal naar voren gebogen.
‘Het is van belang dat ik mijn lichaam blijf bevragen. Als ik niet vanuit mijn centrum werk houd ik het niet vol. Het focussen heeft mij verschrikkelijk veel gebracht. Daarom pleit ik er ook zo voor dat therapeuten onderzoek doen naar hun eigen innerlijke kind. Ik vind het de basis, jezelf kennen. Als je het creatieve, spirituele en kwetsbare kind in jezelf kent en weet hoe je zelf hebt gevoeld en wat het gevolg daarvan is geweest heb je veel meer inlevingsvermogen. Zo zuiver mogelijk leren luisteren, vanuit heel je wezen, dat vind ik ongelofelijk belangrijk.’

Als ik naar huis ga klinken de woorden van Ernie nog lang door. Niet alleen in mijn hoofd maar ook in mijn knie en een beetje in mijn linkerhand. Wat zou het toch prachtig zijn als we de verbinding met het lichaam constant kunnen ervaren. Dat we onze gedachten, woorden en daden nachecken met ons lijf. Eckhart Tolle is het vast roerend met Ernie Coenen eens wanneer hij zegt: ‘Denk met je hele lichaam.’