Focussen om ‘hoofd en hart’ bij elkaar te brengen

Interview met René Veugelers

voor de rubriek “gezondheid” in “BN deStem”©
van woensdag 29 maart 2006 door Florence Imandt.


René Veugelers en enkele leerlingen bij een focus-werkstuk van een veertienjarige knul (niet op de foto) dat zowel de stekelige, afwerende kant als de zachte, kleurrijke kant van zijn karakter uitdrukt. ©Foto: Thom van Amsterdam

 

Inleiding:

Wie de term focussen letterlijk neemt, komt al een heel eind in de richting van de betekenis ervan: geconcentreerd je aandacht richten op een gevoel dat zich ergens in je lichaam manifesteert. Zo kun je dichter bij jezelf komen. Klinkt misschien zweverig, maar kan je op vrij eenvoudige manier helpen meer rust te vinden. Ook in de omgang met anderen.

Focussen:

„Het is soms gewoon woorden vinden voor ervaringen, het benoemen van een gevoel. Je gaat op zoek naar lijfelijke gewaarwordingen, een stemming of een gevoel. En als je die gewaarwording kan benoemen wordt het gevoel al anders. De weg naar die verandering heet focussen.” Klinkt plausibel. Maar René Veugelers uit Rilland geeft dan ook al een tijdje focustrainingen en gebruikt het focussen ook in zijn werk. Hij is beeldend creatief therapeut op een school voor voortgezet speciaal onderwijs in Breda. Een voorbeeld uit die wereld maakt de focus-methode in een klap concreet: „Pubers op vso-scholen hebben over het algemeen weinig woorden om hun gevoel uit te drukken. Als ze boos zijn en ik vraag hoe hun woede eruit ziet, tekenen ze ‘een vulkaan’ of maken ‘een rode zak die op klappen staat’ (wat ze in hun buik en op hun borst ervaren).” Het visualiseren van gevoel is vooral iets dat bij kinderen en jongeren wordt gebruikt. Het helpt hen daardoor om dichtbij hun eigen beleving te komen, serieus naar deze gevoelens te luisteren en er daardoor op een andere manier mee om te gaan. Dit vergroot hun probleemoplossend vermogen en hun zelfredzaamheid. Volwassenen focussen meer verstild, zegt Veugelers. Een voorbeeld is dat je iets ervaart als “een brok in je keel”, als “een steen op je maag” of een “knagend, knijpend gevoel in je buik”.
En doordat je er dan met je aandacht bij bent, kan de betekenis van deze gewaarwordingen voor jezelf duidelijker worden.

Greetje Stienstra geeft ook focus-cursussen en houdt zich bovendien nu ook bezig met de voorbereiding van de 18de internationale focusconferentie die dit voorjaar voor het eerst in Nederland wordt gehouden en het thema ‘Focusing on the move’ meekreeg. Er komen dan zo’n tweehonderd focussers uit de hele wereld. Vooral uit Europa en de VS waar professor Eugène Gendlin van de universiteit van Chicago de methode veertig jaar geleden ontwikkelde. Maar we hebben ook aanmeldingen uit Afghanistan, Chili en Japan waar focussen tegenwoordig heel populair is.

Even over die methode: die komt oorspronkelijk uit de psychotherapie, werd ontwikkeld in de jaren zestig en bestaat uit zes stappen. Stienstra en Veugelers leggen samen uit: „1. Met je adem/aandacht je lijf inzakken. 2. Op zoek naar de plek in je lijf waar je “iets” ervaart (kan overal zijn, maag, keel, darmen, hoofd). 3. Dan kijken wat het is, hoe het eruit ziet als je het in een kleur, beeld, stemming of woord zou moeten gieten. 4. Als deze persoonlijke beschrijving “passend en juist” is, hebt je een ‘handvat’. 5. Resoneren: welke informatie krijg ik erbij, wat zegt het mij, wat heeft het met mijn leven te maken en wat heeft het nodig? Dat accepteren en een minuut of drie, vier, vijf er gewoon maar laten zijn. 6. Daarna afronden oftewel met je aandacht weer naar buiten gaan.” Dat lijkt op mediteren, maar is het niet, zeggen ze.
“Bij mediteren gaat het om leegmaken van je geest, bij focussen juist niet. Je gaat actief op zoek naar “iets” en het hoeft zoals bij mediteren geen ontspanning te brengen.”
Maar uiteindelijk brengt het wel rust en ruimte. Zo ervaren Stienstra en Veugelers het in ieder geval zelf. Stienstra: „Mensen rekenen zichzelf vaak op een negatieve manier af, hekelen een bepaalde houding of gedrag. Bij focussen mag dat want misschien heeft dat gedrag van jou dat je als negatief ervaart, wel een functie. En dat dat er mag zijn, geeft vaak een enorme rust.” Veugelers is ‘best een druk mannetje’, zegt hij. „Door focussen kan ik in een brei van plannen en ideeën toch snel beslissingen nemen en prioriteiten stellen. Voorheen sprong ik nogal eens van het een naar het ander.”

Focussen komt dan wel uit de therapeutische wereld, het is als vaardigheid in cursussen toch vooral bedoeld voor stabiele mensen. Voor mensen die hoofd en hart dichter bij elkaar willen brengen maar daar moeite mee hebben. Mensen die echt in de knel zitten, hebben meer aan een psycholoog of psychiater, zeggen Veugelers en Stienstra.
Het verbaast het tweetal dat focussen nog niet meer als basisattitude op scholen en in de hulpverlening is opgenomen. „Het is een basishouding waarbij je luisterend en spiegelend aanwezig bent en die getuigt van respect voor de ander en jezelf.
Dat is voor het contact verdiepend en verrijkend.

Info over focussen en cursussen:
René Veugelers, 06-36089557 of rene@ftcz.nl.